
'Tekort nutriënten in bodem zichtbaarder'

Striktere mestwetgeving heeft volgens het adviesbureau niet alleen effect op stikstof (N) en fosfaat (P), maar ook op de hoeveelheid sporenelementen in de bodem.
Sinds de invoering van het Mineralen Aangiftesysteem (MINAS) in 1996 wordt met het oog op het milieu en de kwaliteit van het oppervlaktewater veel minder (dierlijke) mest aangevoerd op bouw- en grasland. Voor veel ondernemers is het bijbemesten van sporenelementen daardoor noodzakelijk geworden om problemen in kwaliteit of productie te voorkomen.
Duidelijke verklaring
Volgens Arjan Reijneveld, productmanager bij BLGG AgroXpertus, is de afname goed te verklaren. “Minder aanvoer van dierlijke mest, betekent ook minder aanvoer van sporenelementen.” Maar er is nog een belangrijke reden voor de afname. Reijneveld: “Er wordt minder stikstof aangevoerd met kunstmest. Gewassen nemen een groot deel van de stikstof op in de vorm van nitraat (NO3-). Dat zijn negatief geladen ionen (anionen). Veel sporenelementen, zoals mangaan, zink, koper, kobalt, ijzer, silicium en gedeeltelijk seleen, zijn juist positief geladen (kationen). Voor het opnemen van nutriënten door gewassen is het noodzakelijk dat de hoeveelheid positief en negatief geladen ionen gelijk zijn. Minder opname van nitraat betekent automatisch ook minder opname van sporenelementen.”
Sporenelementen bijbemesten
Met name de sporenelementen zink, ijzer en koper worden minder gevonden. Dit kan direct invloed hebben op de productie en kwaliteit van het gewas. “Een tekort, of de afwezigheid van één element kost al snel efficiënte”, benadrukt Arjan Reijneveld. Hier is wel wat aan te doen door sporenelementen toe te dienen in de vorm van (blad-)bemesting. Op het moment dat gebreksverschijnselen zichtbaar worden, is het echter al te laat.
Tekst: BLGG AgroXpertus
Beeld: Coenterberg