
Veel percelen kampen door langdurige regen met tekort aan spoorelementen

Een weerbaar gewas houdt het langer vol tegen aanvallen van ziekten en plagen. Zeker in een tijd waarin veel aanvallers op de loer liggen om de strijd aan te gaan, zoals nu het geval is, is een aanvulling van de uitgespoelde elementen nodig. Daar komt bij dat in veel gewassen het groeiseizoen aanzienlijk wordt verkort door het late poten of zaaien.
Phytophthora
Phytophthora speelt in vrijwel alle aardappelpercelen op. Door de hoge druk en het beperkte middelenpakket is het voor de telers een grote uitdaging deze schimmelziekte de baas te blijven. „Juist in zo’n tijd is ieder hulpmiddel om het gewas langer vitaal te houden meegenomen”, zegt Erwin Stokman van Soiltech.
Door de grote verschillen in gewasgroei is er geen algemeen advies te geven. Stokman adviseert telers om de bodem hierop te laten bemonsteren. „Je kunt niet helemaal meer vertrouwen op wat er normaal gesproken in je bodem zit. Je komt er alleen achter of er nog voldoende beschikbaar is door te meten en daarop bij te sturen. Dat is altijd beter dan achteraf te worden geconfronteerd met een gebrek.”
Maatwerk
Maatwerk is het devies dit jaar. „Er zijn percelen waar net is gepoot of gezaaid, terwijl op andere percelen de gewassen al dicht staan.” De weersomstandigheden maken het daarbij nog eens extra lastig. „Het gewas vitaal krijgen en houden is één. Behoud van opbrengst zal al heel mooi zijn in veel gevallen. Een hogere opbrengst realiseren wordt een grote uitdaging.”
Als er een moment is om verschil te maken met behulp van bladmeststoffen dan is het nu, meent Stokman. „De beste resultaten behaal je vaak op plekken die er het minst optimaal bij liggen.”
Calcium, kali, mangaan en zink
Belangrijke elementen in de bodem zijn onder meer calcium, kali, mangaan en zink. Deze elementen bepalen volgens Stokman voor een groot deel de weerbaarheid en vitaliteit van het gewas. In de bietenteelt komt daar borium bij. Voor al deze elementen geldt dat ze zeer uitspoelingsgevoelig zijn.
Bladmeststoffen laten zich over het geheel snel opnemen door het gewas. En dat is belangrijk, meent Stokman. „De gewassen kunnen het zich niet meer permitteren om nog vier weken te wachten op de aanvulling. Ze moeten het nu hebben.”