
De uitdaging van Sam de Visser

Als serieus probleem noemt De Visser vrijlevende aaltjes. Die kunnen, afhankelijk van het seizoen, behoorlijk schade aanrichten. „Aaltjes kunnen je de helft van de uien kosten. In dat gewas is het vaak een combinatie van stuiven, koude en andere invloeden. Als dan de aaltjes erbij komen is dat net een tik te veel. Soms heb je jaren geen last en dan vreten ze hele bunders uien weg.”
Ook de stuifschade verschilt sterk van jaar tot jaar. Gerst gezaaid als antistuifdek kan tot eind april kapotwaaien en de suikerbieten daarin vervolgens ook. De Visser wil bij alles naar het geheel kijken. „Met Veldleeuwerik kijken we ook vaak naar de bodem. Daar moet het uiteindelijk vandaan komen. Als je dat niet goed doet heb je altijd ook ziektes te pakken.” Hij volgt met interesse buren die met groenbemesters en andere maatregelen bezig zijn. „Je kunt de grond natuurlijk kaal houden. Dan heb minder aaltjes, maar ook geen opbrengst.” Met Topbodem hoopt de akkerbouwer te leren over de beste maatregelen in deze situaties.