
Voorkomen stengelaaltjes beter dan bestrijden!

Eind van het jaar zal een uitgebreid artikel in vakbladen en een brochure gepubliceerd worden. Hier vast een voorproefje.
Stengelaaltjes
Stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) kunnen veel gewassen aantasten en heel veel opbrengstverlies veroorzaken. Stengelaaltjes hebben een quarantaine status in uienzaad, luzernezaad, bollen van eerstejaars plantuien en verschillende bolgewassen waaronder tulp, narcis en hyacint. Vóór de teelt van eerstejaars plantuien moet de grond vrij zijn van stengelaaltjes.
Bij 15 graden en vochtige omstandigheden kunnen stengelaaltjes in 15 tot 25 dagen hun levenscyclus rondzetten en zich daardoor heel snel vermeerderen. Bij uien is in één groeiseizoen soms een 2000 voudige vermeerdering gevonden! In de grond zitten stengelaaltjes niet alleen in de bouwvoor maar ook daaronder, soms tot 60 a 70 cm diepte. Stengelaaltjes kunnen op alle grondsoorten voorkomen. Door een ruststructuur (“aaltjeswol”) kunnen ze vele jaren overleven, ook als er geen waardplanten worden geteeld. Op kleigrond overleven ze in die vorm zelfs langer dan tien jaar. Door al deze eigenschappen is bestrijding van stengelaaltjes heel moeilijk. Maatregelen die ervoor zorgen dat stengelaaltjes het bedrijf niet binnenkomen, zijn daarom nog belangrijker dan bij andere aaltjessoorten.
Stengelaaltjes ‘rassen’
Er zijn wel meer dan 20 typen of rassen bekend van het stengelaaltje. Deze rassen zijn uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden. De rassen stengelaaltjes zijn genoemd naar de waardplant waar ze vaak op voorkomen of waar ze voor het eerst op zijn gevonden. Bekende rassen zijn die van rogge, ui, aardappel, tulp, narcis, hyacint en luzerne. Een stengelaaltjes ras kan meestal meer gewassen aantasten dan alleen het gewas waar het naar is genoemd.
Keuze van gewassen en groenbemesters.
De keuze van gewas en groenbemester is van groot belang bij de preventie van stengelaaltjes want gewassen en groenbemesters verschillen van elkaar in waardplantstatus en schadegevoeligheid voor stengelaaltjes. Op de website www.aaltjesschema.nl kan dit nagegaan worden.
Bij de keuze van gewassen en groenbemesters moeten gekeken worden naar de mate van vermeerdering (laat een gewas of groenbemester een hoge besmettingen na voor het volggewas of niet) en schadegevoeligheid (opbrengstverlies van het gewas zelf).
- NIET TELEN: ui, luzerne, tulp, krokus, narcis, hyacint, rode klaver en witte klaver. Deze gewassen vermeerderen stengelaaltjes heel sterk en leiden zelf ook heel veel schade.
- BETER NIET TELEN: aardappel, mais, rogge, erwt, stamslaboon, peen, veldboon en tuinboon. Deze gewassen vermeerderen stengelaaltjes matig tot sterk en kunnen ook forse schade leiden. In de praktijk lijkt de schade bij aardappelen overigens vaak mee te vallen. Om opbrengstverlies bij aardappelen en peen te verminderen kan een granulaat gebruikt worden.
- TEELT MET RISICO’S: suikerbiet, spinazie, rode biet, vlas. Deze gewassen vermeerderen stengelaaltjes niet en zijn dus uit het oogpunt van het volggewas prima. Maar zelf kunnen ze veel schade leiden. Bij suikerbiet kan de schade sterk verminderd worden door een granulaat te gebruiken en door zo vroeg mogelijk te oogsten.
- TEELT GOED MOGELIJK: winterkoolzaad, zomerkoolzaad, wintertarwe, zomertarwe, Italiaans raaigras en Engels raaigras. Deze gewassen vermeerderen stengelaaltjes weinig en leiden zelf ook weinig of geen schade.
- PRIMA TEELT: zomergerst, wintergerst, triticale, cichorei, witlof, schorseneer en de bolgewassen dahlia, gladiool, iris en lelie. Deze gewassen leiden heel weinig of geen schade en vermeerderen stengelaaltjes niet en daardoor verlagen ze de besmetting sterk.
Van de groenbemester bladrammenas, gele mosterd, Afrikaantjes (Tagetes patula) en Japanse haver is niet bekend of ze stengelaaltjes vermeerderen. Verschillende onkruiden, waaronder muur, varkensgras, zwaluwtong, perzikkruid, kleefkruid, akkerdistel, kweek en klein kruiskruid kunnen stengelaaltjes vermeerderen. Een goede onkruidbestrijding tijdens de teelt en na de oogst is belangrijk om de besmetting niet verder op te laten lopen.
Uit het onderzoek van Wageningen Universiteit en research zijn veel meer resultaten gekomen. Aan het eind van dit jaar meer hierover via Stichting Veldleeuwerik.
Tekst: Stichting Veldleeuwerik