NAK verruimt norm groeischeuren klasse B naar 1,5 cm

Ook pootgoed van hogere klassen kan op deze norm worden afgezet, maar dan als ‘Waardering II’. De afzet daarvan is beperkt tot Nederland. De aangepaste norm valt binnen de Europese minimum normen. De aanpassing geldt voor het lopende seizoen.
Te weinig pootgoed
De aanleiding voor dit besluit is een verzoek van de verwerkende industrie (Vavi) en handelshuis Agrico, met als reden een tekort aan uitgangsmateriaal voor de verwerkende industrie. Met de oude norm van 0,5 cm zou er te weinig pootgoed beschikbaar zijn, aldus Henk van der Haar van de NAK. Na raadpleging van de sectororganisaties (NAO, Plantum, LTO en NAV) en de adviesraad van de NAK bleek er voldoende steun voor het voorstel.
De vaste commissie heeft in deze besluitvorming gekeken naar urgentie en sectorbelang. In dit geval was het probleem zo breed dat het het sectorbelang dient om de norm eenmalig aan te passen, zegt Van der Haar. ‘De aanpassing vindt tijdens het seizoen plaats, dat is heel vervelend. Maar nu gaven een tekort aan uitgangsmateriaal en het voorkómen van illegale uitplant de doorslag.’
Voerprijs
Er zijn telers die hun pootgoed al hebben gesorteerd op de oude norm van 0,5 cm. Zij hebben voor de uitgesorteerde aardappelen de voerprijs gekregen. Met de nieuwe norm van 1,5 cm hadden ze minder aardappelen hoeven uitsorteren. Van der Haar begrijpt dat het voor deze telers vervelend is, maar dat het probleem zodanig groot was dat het sectorbelang voorgaat.
Groeischeuren in pootgoed zijn een cosmetisch gebrek. Voor de vaste commissie is dit voorval aanleiding voor een fundamenteel debat over de kwaliteitsnormen voor cosmetische aspecten. Tijdens de telersvergaderingen, die in januari van start gaan, staat dit onderwerp hoog op de agenda. De vaste commissie voor pootaardappelen van de NAK gaat in maart 2017 verder in discussie over de normering voor cosmetische aspecten.
Nederland strenger dan Europa
Binnen de Europese normstellingen is ruimte voor een dergelijke versoepeling, omdat Nederland strenger is dan Europa. De minimale Europese norm voor externe gebreken is 6 procent van het gewicht, maar Europa schrijft niet voor wat onder een gebrek valt. ‘Dat bepaalt elk land zelf.’ Nederland blijft met zijn normstelling, en ook de verruiming voor groeischeuren, ruim binnen de Europese normen, zegt Van der Haar. Als voorbeeld noemt hij de maat 35/45 mm waarin volgens Nederlandse normen zes ziekten en gebreken (zoals groeischeuren, rhizoctonia of glazigheid) per 50 kg mogen voorkomen, wat neerkomt op ongeveer 1 procent van de partij. De Europese norm staat op 6 procent.