Bietenzaad voor 85.000 hectare

Deze week kwamen de laatste bestellingen bij Suiker Unie binnen. Daarmee kan een totaaloverzicht van de populariteit van de bietenrassen op de Nederlandse akkers worden opgesteld. Concreet zal op 15 procent van de akkers Isabella KWS worden ingezaaid, gevolgd door BIS 990 en Florena KWS.
Overigens liggen deze verhoudingen in het werkgebied van CSV-Covas totaal anders. Daar kiest met 84 procent het overgrote deel van de telers voor een rhizoctonia-resistent ras. „Het grootste deel hiervan kiest voor Isabella KWS op ruime afstand gevolgd door BTS 605 en BTS 7105”, legt Wil Op ’t Root van de Agrarische Dienst van CSV-Covas uit.
Aaltjes vormen de oorzaak van deze opvallende verschillen weet Gert Sikken van Suiker Unie: „Landelijk gezien, en dan met name de telers op de zwaardere gronden, hebben aanzienlijk meer last van aaltjes dan de telers op de lichtere gronden in Zuidoost-Nederland.”
Nieuwe rassen
Telers konden voor het teeltseizoen 2017 kiezen uit één van de 21 rassen die vermeld staan in de drie tabellen van de Zaadbrochure van Suiker Unie. Daarnaast was er beperkt zaad verkrijgbaar van enkele rassen die pas twee jaar zijn onderzocht.
De officiële beproeving van deze rassen is nog niet afgesloten, maar telers kunnen op kleine schaal er praktijkervaring mee op doen. Gert Sikken: „Geschikt voor telers die iets nieuws willen proberen. Van deze nieuwe rassen is voor maximaal 1.000 hectare zaad beschikbaar.”
Op basis van de zaadbestellingen verwacht Sikken dit jaar een toename van het Nederlandse bietenareaal van 71.000 naar 85.000 hectare. CSV-Covas gaat voor haar werkgebied uit van een areaal-toename van de huidige 11.000 naar circa 13.000 hectare. Sikken verwacht dat deze extra suiker normaliter goed is te vermarkten.
Drie resistentie-categorieën
Ook dit jaar blijft het belangrijkste uitgangspunt bij de rassenkeuze een goede resistentie. De eerste keuze die de teler dient te maken is dan ook die voor de benodigde resistentie tegen met name rhizoctonia, bietencysteaaltjes en rhizomanie. De juiste beslissing hierin vormt de basis voor een geslaagde bietenteelt.
De benodigde resistentie hangt af van de mogelijke ziekten en plagen op het bietenperceel. Van de overige eigenschappen is de financiële opbrengst het belangrijkste kenmerk. De wortelopbrengst, het suikergehalte, WIN en tarra bepalen uiteindelijk wat de teler in zijn beurs ontvangt.
Volgens het IRS is het verschil in gevoeligheid van rassen voor het optreden van stemphylium of andere bladschimmels (cercospora, roest, ramularia en meeldauw) op een perceel op dit moment nog moeilijk te voorspellen. Een rasadvies acht het IRS momenteel nog niet zinvol.