Duitsland overweegt belasting gewasbeschermingsmiddelen

Landbouwminister Habeck van Sleeswijk-Holstein wil belasting gaan heffen op gewasbeschermingsmiddelen. Op deze wijze denkt hij het middelen verbruik terug te dringen. Hij verwijst daarbij naar een recent onderzoek door het Helmholtz-Centrum voor Milieu (UFZ) in Leipzig.
Het idee en het onderliggende onderzoek krijgt veel kritiek te verduren uit de landbouwhoek. In DLZ Agrarmagazin verklaart professor Oliver Musshoff, van de landbouwuniversiteit Göttingen, dat een belasting op pesticiden voor akkerbouwbedrijven in bepaalde regio’s het einde betekent. Volgens Musshoff zorgt een belastingheffing op pesticiden niet voor een lager verbruik, maar alleen voor een kostprijsverhoging van Duitse gewassen. Daarmee wordt het inkomsten potentieel van de boeren verder verzwakt.
Onjuist referentiejaar
Musshoff heeft het onderzoek van UFZ Leipzig, dat de basis vormt van het voorstel voor de invoering van een bestrijdingsmiddelenheffing, wetenschappelijke geëvalueerd. Op basis hiervan maakt hij korte metten met de cijfers uit de gewraakte studie. Hij ziet tal van tekortkomingen in het onderzoek. Zo stellen de onderzoekers dat het gewasbeschermingsmiddelenverbruik in Duitsland met 36 procent is gestegen in de afgelopen decennia. Daarbij werd 1993 als referentiejaar gekozen.
Volgens Musshoff hebben de onderzoekers bewust dit jaar gekozen en is er sprake van een statistische truc. Het jaar 1993 was statisch gezien een uitschieter naar beneden. Een jaar met een bijzonder lage plaag- en onkruiddruk. En daarmee een jaar waarin opvallend minder bestrijdingsmiddelen werden verkocht.
Als daarentegen 1987 als referentiejaar was genomen zou de verkoop met ruim tien procent zijn gedaald. Immers, 1987 was een uitschieter qua middelenverbruik naar boven. Verder onderstreept Musshoff dat het gebruik van pesticiden grotendeels afhankelijk is van externe factoren zoals het weer of het voorkomen van een plaag.
Andere teeltomstandigheden
Een objectief beeld over de ontwikkeling van het middelenverbruik is alleen over een langere periode mogelijk. Door de stijgende oogsten daalt het middelenverbruik per kilo gewasopbrengst. Ook plaatst Musshoff vraagtekens bij de constatering dat Deense tarwetelers minder middelen gebruiken dan de Duitse collega’s. Volgens hem wijken de teeltomstandigheden, zoals bodem, klimaat, en neerslag in Denemarken fors af van veel Duitse gebieden. Bovendien is de Deense tarwe vooral bestemd als veevoer en heeft nauwelijks bakeigenschappen.