Droge start van het groeiseizoen

Sinds 1 januari dit jaar is er in totaal gemiddeld 125 millimeter gevallen. Normaal gesproken valt er in de eerste drie maanden van het jaar 198 millimeter. Vorig jaar was er gemiddeld genomen 251 millimeter gevallen in de maanden januari, februari en maart.
Lees hier: Telers beregenen akkers: 'Ik wil het zaad aan de gang houden'
Neerslag maand maart
Hoewel de gemiddelde neerslag in maart 5 millimeter was, was het niet overal in Nederland zo droog. Voor Leeuwarden (FR) is de maandsom bijvoorbeeld uitgekomen op 45 millimeter. Omliggende plaatsen moesten het doen met 10 tot 20 millimeter. Ook op diverse plekken in Gelderland, Overijssel en de Waddeneilanden viel meer leerslag, namelijk 10 tot 18 millimeter.
Neerslagtekort
Vanaf 1 april start ook officieel de berekening van het neerslagtekort. De grondwaterstanden beginnen door de droge start van het jaar geleidelijk te zakken. ‘In gebieden die afhankelijk zijn van regen voor hun watervoorziening of die veel afvoermogelijkheden hebben, droogt de grond snel op. De grondwaterstand daalt met 10 tot 20 cm per week. Toch leidt dit nog niet tot problemen, want het grondwatersysteem werkt traag en de regen van de laatste jaren is nog niet weggestroomd’, schrijft Weeronline.
De waterstanden van de Rijn en de Maas zijn gezakt tot onder het langjarige gemiddelde, maar bevinden zich nog wel in normaal bereik volgens Weeronline. ‘In Lobith is de waterstand van de Rijn momenteel 775 cm en de komende dagen daalt de waterstand geleidelijk. Bij een stand beneden 720 cm is sprake van een lage waterstand. Ook de waterstand van de Maas bevindt zich nog op een normaal niveau van 4407 cm, maar bij een stand beneden 4390 cm is ook sprake van laagwater.’
Volgens Weeronline zegt de huidige droogte niks over de zomer. ‘Ook in 2021 was de afvoer in deze tijd van het jaar aan de lage kant, maar volgde er een natte zomer met in juli zelfs de hoogste waterstand die ooit in de Maas werd gemeten.’
Opkomstberegening
De droge toplaag maakt dat akkerbouwers op verschillende plekken in het land al de haspel erbij moeten pakken. Onder meer peen, uien en suikerbieten worden voorzien van vocht om het zaad aan de gang te houden.
Het IRS attendeert suikerbietentelers erop om de volgende zaken bij opkomstberegening in de gaten te houden:
- 'Het chloridegehalte van het beregeningswater is idealiter niet hoger dan 1200 mg/l om zoutschade te voorkomen (EC 4,7). Als er kunstmest is gestrooid die na beregening oplost, zoals KAS of Kali 60, neemt de zoutconcentratie verder toe en is een lagere EC-waarde wenselijk.'
- 'Ook als er al een bodemherbicide is toegepast, is het verstandig om de EC van het beregeningswater in de gaten te houden. Het chloridegehalte kan dan het beste wat lager liggen.'
- 'Een te hoge watergift kan, zeker op zavelgrond, voor verslemping zorgen. Daarom is het beter om niet meer dan 15 mm water per keer te geven. Op zwaardere klei is al snel 20 mm nodig om het zaaibed goed vochtig te krijgen.'

Tekst: Renske Luimes
Renske is opgegroeid op een klein gemengd bedrijf. Bij Agrio kan ze haar grootste hobby, namelijk schrijven, combineren met haar voorliefde voor de landbouw.
Beeld: Roy de Jong
Bronnen: Weeronline, IRS