Belgen onderzoeken mogelijkheid eigen suikerfabriek

In België zijn twee verwerkers actief: Iscal Sugar en Tiense Suikerraffinaderij. Deze laatste is in handen van de Duitse groep Südzucker. In de sterk geconcentreerde Europese suikermarkt is de Duitse groep Südzucker marktleider met een productie van 4,1 miljoen ton suiker per jaar. De Tiense Suikerraffinaderij, waar 600 ton bieten per uur worden verwerkt, neemt een sterke positie in binnen de Südzucker-groep. De onderhandelingen tussen de bietentelers en de Tiense Suikerraffinaderij verliepen bijzonder stroef. De ministers van Landbouw moesten bemiddelaars aanstellen om de onderhandelingen uit het slop te trekken. Aan Waalse zijde was de onvrede over het verloop van de gesprekken zo groot dat de Waalse telersvereniging ABW besloot de haalbaarheid te laten onderzoeken van een suikerfabriek in handen van de bietentelers. De Raad van Bestuur van ABW heeft nu aangegeven de studie van een nieuwe coöperatieve suikerfabriek, met een capaciteit van 14.000 ton bieten, verder uit te diepen. In dit verband worden alle Waalse planters binnenkort worden uitgenodigd op informatievergaderingen.
Positief
Marcel Jehaes, voorzitter CBB Confederatie van de Belgische Bietenplanters juicht het initiatief toe en roept alle bietentelers op deze vergaderingen te bezoeken om zo een objectief en juist beeld te kunnen vormen van de inhoud van deze studie. De fabriek zou moeten komen in Seneffe (provincie Henegouwen, tussen Charleroi en Brussel). Deze locatie zou bietenleveringen vanuit Wallonië én Vlaanderen toelaten. In haar ledenblad ‘de Bietenteler’ stelt de CBB dat de bouw van een geheel nieuwe suikerfabriek economisch voordeel biedt ten opzichte van de oudere fabrieken.
Financiers
Een beslissing valt begin 2018. De eerste en grootste uitdaging is om bietentelers bereid te vinden om (financieel) te participeren en daarnaast nog op andere manieren de noodzakelijke financiers te vinden. „Op basis van bedrijfsplannen zijn prognoses gemaakt van de te verwachten productiekosten enerzijds en een realistische verkoopprijs van de suiker anderzijds. Daarmee zullen de initiatiefnemers banken en investeerders proberen te overtuigen. De eersten die met geld over de brug moeten komen, zijn echter de bietentelers zelf”, stelt de voormalige CBB voorzitter Mathieu Vrancken. Tegenover hun investering in een coöperatieve suikerfabriek staat de garantie dat de winst bijna integraal, uitgezonderd een reserve voor het goed functioneren van de fabriek, via de bietenprijs naar de telers zal terugvloeien.