Column: Rust

Ze volgen de landbouw met grote belangstelling. Zo weten ze dat we fabrieksaardappelen hebben. Ze kennen allemaal Avebe. Al die andere gewassen, suikerbieten, mosterdzaad, vezelhennep met verwerkende industrie, brouwgerst en inspelen op nieuwe natuur moet ik allemaal uitleggen.
Onze stadse kennissen kijken om zich heen. Als we buiten koffie zitten te drinken, vinden ze het altijd vakantie bij ons. Ik spreek dat ernstig tegen. Op de talloze verjaardagen die we er ook nog bij hebben in het voorjaar leg ik alles rustig uit.
De gewassen komen mooi boven en de zorgen ook. Hebben we fouten gemaakt? Ligt de bemesting overal goed? Zijn alle rijen goed gezaaid en gepoot? Hoe is het afgelopen met de nachtvorst? Zijn de maatregelen die we hebben getroffen tegen stuiven voldoende? Hebben we al wat last van ziektes, schimmels of plagen? We hebben wat hagelschade.
En dan dat spuiten. We beweren weleens dat eenderde van onze veenkoloniale grond uit onkruidzaad bestaat. Als ware alchemisten knutselen we mengsels in elkaar die onze gewassen brandschoon maken. Elk jaar opnieuw verbaas ik me daar weer over. Scherp luisteren naar het weerbericht. Windrichting, windkracht, luchtvochtigheid. Maar het moet wel droog blijven. Vanavond maar wat vroeger eten en dan nog maar een paar percelen spuiten.
Al die rekeningen die binnenstromen En alle invulpapieren. Voor 30 april, voor 8 mei, voor 15 mei terug!! Anders volgt strafkorting. Dat doen we als het regent. Tenminste als er geen machine kapotgelopen is.
Ik zit buiten dit stukje te schrijven. De zon schijnt. Pilsje voor me, een stuk droge worst ernaast. Ik kijk over de uitgestrekte Veenkoloniën. Bos op de achtergrond. Prachtig, net vakantie.
Henk Nienhuis