LBI en WUR-PPO: ‘Niet alle peulvruchten even kansrijk’

Er zijn vier soorten peulvruchten onderzocht, te weten witte en blauwe lupine, veldbonen en soja. Voor wat de blauwe lupine betreft zijn er volgens de onderzoekers weinig ontwikkelingen; de opbrengst ligt rond de 3 ton per hectare en beschikbare nieuwe rassen zijn volgens de projectgroep niet echt geschikt voor Nederland. Omdat de markt voor dit gewas ingestort is toen Vivera, producent van vegetarische producten, zich terugtrok als afnemer van blauwe lupine, gaat het nu alleen naar veevoer. Bij witte lupine liggen de kansen duidelijk beter: veel meer rassen en ook rassen die goed zijn voor de Nederlandse omstandigheden. Ingezet in 2015 in het EU-project Protein-2-Food vindt met name de biologische teelt volgens de onderzoekers afzet in de markt van conserven en vegetarische producten. Veldbonen vertonen hierbij, ook als voedingsgewas, de meeste beweging.
Winterveldbonen en sojabonen
In het project ‘Kansrijke eiwitgewassen’ zijn ook winterveldbonen meegenomen, met in de eerste jaren veelbelovende resultaten, maar als gevolg van de zeer late vorst in 2018 bleken de Engelse rassen uiteindelijk onvoldoende winterhard. Volgens de onderzoekers kan deze gewasschade zijn opgetreden omdat er voor de vorst al sprake was van een relatief warme periode, waardoor het gewas al voor de vorstperiode zijn winterhardheid verloor. De droogte zoals die van afgelopen zomer heeft naar het lijkt minder effect op de winterveldbonen, omdat ze al vroeger in het seizoen bloeien en peulzetten en daardoor de zomerse droogte voor kunnen zijn. Soja blijft voor Nederland volgens de onderzoekers een lastig eiwitgewas omdat je als teler lang moet wachten met zaaien en een droog najaar nodig hebt voor de oogst. Met de afspraak tussen Agrifirm en Alpro-soja, is er volgens de onderzoekers wel een mooie premiummarkt opgezet voor in Nederland geteelde soja. Of dat op termijn voldoende is om de sojateelt in Nederland echt in de benen te houden is echter nog de vraag. ‘Er is een grote coöperatie die GMO-vrije soja teelt in Italië en Roemenië en daar zal moeilijk tegenop te concurreren zijn. Er zijn inmiddels wel nieuwe rassen op de markt die wat vroeger zijn, maar daarvan is de opbrengst wel lager, zo stellen de onderzoekers.
Kansen verschillend ingeschat
Schimmels, met name bruine roest en chocoladevlekken bij de veldbonen en anthracnose bij de witte lupines, zijn volgens de onderzoekers teelttechnisch gezien de grootste bedreigingen voor de peulvruchtenteelt op de Nederlandse akkers. Met name wanneer de teelt meetelt voor de vergroening en de teler geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken. De kansen voor de eiwitteelt in Nederland worden heel verschillend ingeschat. Zo is er volgens de onderzoekers een telersgroep die een goede prijs krijgt voor biologisch geteelde witte lupine voor voeding. In de gangbare teelt zien zij het meeste perspectief voor veldbonen, alhoewel de mengvoerindustrie nog geen kostendekkende prijs biedt voor de bonen. De oorzaak hiervan komt volgens de onderzoekers onder meer omdat de industrie nog steeds de prijs baseert op de eiwitprijs van GMO-soja in plaats van GMO-vrije soja. In de korte keten zijn er al veehouders die veldbonen rendabel telen voor eigen vervoedering. Daarnaast worden veldbonen ook weer meer gebruikt voor menselijke consumptie. Zo is er al een vleesvervanger op de markt op basis van veldbonen, maar ook in maaltijdsalades zijn er volop mogelijkheden voor regionaal geteelde peulvruchten.
NAV pleit voor gewasbescherming
Om de Nederlandse teelt van eiwitgewassen te stimuleren pleit de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) er voor dat ook in eiwitgewassen die voor de vergroening meetellen toch gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Met de Cool Farm Tool heeft de NAV berekend, dat eiwitgewassen ook zeer gunstig zijn voor de CO2-emissie op een bedrijf.