Wijzigingsvoorstellen: Verplichte nacontrole pootgoed eigen gebruik en versoepeling E-norm

De LTO werkgroep Pootaardappelen ziet wel een duidelijke meerwaarde in het voorstel voor verplichte nacontrole maar dan vanaf de klasse PB4. Het is volgens voorzitter Peter Berghuis verdedigbaar dat de hoogste PB-klassen een ontheffing krijgen, maar de lagere klassen vanaf PB4 moeten wel worden gecontroleerd. Zeker als het gaat om grotere partijen is er de kans dat er boven- en ondermaats pootgoed overblijft. „Deze poters gaan dan zonder toetsing de markt op en gaan bruto weer de grond in”, is de vrees van Berghuis. „Daar wil je zo weinig mogelijk handel in hebben.” Bijmengen van restpartijen bij andere partijen is verboden. „Met zo’n verplichting kun je bijmengen wel voorkomen. Bovendien helpen we hiermee ook fraude met ongecertificeerd pootgoed te voorkomen.”
Bijmengen
De NAK adviseert het voorstel niet over te nemen. Uit historische data is er geen indicatie dat eigen pootgoed slechter scoort wat betreft virus dan gecontroleerd pootgoed. Daarnaast is volgens Jan Eggo Hommes de vrees voor bijmengen met andere partijen niet reëel omdat het verboden is. „Dat zou dus op zich geen reden moeten zijn om die nacontrole te verplichten.”
Ook bij het voorstel voor de versoepeling van de E-norm voor virus adviseert de NAK dit niet over te nemen. Twee E-normen zou afbreuk doen aan de betrouwbaarheid van het Nederlands pootgoed, aldus Hommes. Bovendien ontstaat hierdoor een verhoogde virusdruk. Daarbij komt dat het hanteren van twee normen voor de klasse E (de huidige en een ruimere norm) geen goede borging geeft voor de export. Ook de LTO werkgroep Pootaardappelen is geen voorstander van twee normen voor de klasse E. „We moeten garant staan voor de kwaliteit van ons pootgoed.”
Telersvergaderingen NAK
Telers, industrie, handel, zaadbedrijven en de NAK zelf kunnen ieder jaar voorstellen indienen bij de keuringsdienst voor een aanpassing van de lopende keuringsvoorschriften voor zaaizaad en pootgoed. Dit kan tot 1 oktober. De adviesraad en de vaste commissie voor zaaizaden en pootaardappelen behandelen de voorstellen in november, waarna deze vaak in de telersvergaderingen worden voorgelegd aan de telers, om te horen hoe hun meningen hierover zijn. In maart beslist de vaste commissie of de voorstellen worden overgenomen, en zo ja, in welke vorm. De gewijzigde regels gaan vervolgens het nieuwe teeltseizoen in.
Vorig jaar zijn er geen wijzigingsvoorstellen ingediend. Twee jaar gingen de voorstellen onder meer over een aanpassing van de B-norm met het oog op groeischeuren.