‘Gelijk speelveld basis voor optimaal verdienmodel’

Tijdens de diverse sectoravonden die de vakgroep LTO Akkerbouw dit winterseizoen organiseerde, werd ook een enquête uitgevoerd onder de aanwezigen. Ruim 300 akkerbouwers werkten mee aan het beantwoorden van vragen over de belangenbehartiging. Uit een analyse van de resultaten blijkt dat de meeste akkerbouwers zich het meest druk maken over het ongelijke speelveld waarmee ze worden geconfronteerd aangaande de regelgeving rondom de gewasbescherming en bemestingsnormen.
Niet verrast
LTO vakgroepvoorzitter Jaap van Wenum is niet verrast over deze uitkomst. Integendeel. „Een ongelijk speelveld blijft het grootste euvel waar de Nederlandse akkerbouwers tegen aanhikken als het gaat om een goed verdienmodel. Producten, zowel uit de andere EU-lidstaten als landen van buiten de EU, die hier in het schap liggen zouden aan dezelfde eisen moeten voldoen als de in Nederland geteelde producten. Als sector willen we concurreren met buitenlandse telers, maar wel onder dezelfde spelregels. Daar zullen we steeds op blijven hameren. Zeer zeker als er weer eens strengere regels worden gepresenteerd”, onderstreept Van Wenum. Hij verwijst daarbij onder andere naar de gesprekken met de overheid binnen het ‘Task Force Verdienvermogen’.
Steeds strengere eisen
„Het kan toch niet zo zijn dat Nederlandse telers aan steeds strengere eisen moeten voldoen, terwijl in perioden dat de supermarkten zich niet met producten van Nederlandse bodem kunnen bevoorraden, ze producten in het schap leggen die behandeld zijn met middelen die in Nederland niet zijn toegelaten.” Als voorbeeld wijst Van Wenum naar het Planet Proof concept. „Dit certificaat moeten ze ook eisen voor producten die ze importeren uit andere landen.” Volgens Van Wenum is het niet reëel is te denken dat de sector de extra regels, die de Nederlandse overheid haar oplegt, in de markt kan terugverdienen.