Skal: Groei biologische sector in 2019 kleiner dan verwacht

Een precieze oorzaak kan Skal niet geven. Wel zegden 346 bedrijven vorig jaar hun Skal-registratie op, iets meer dan in 2018 (305). Van die uittreders zijn 254 handel- en verwerkingsbedrijven (in 2018 waren dat er 203) en 92 landbouwbedrijven (tegenover 102 in 2018).
Prognose 2020
In de prognose voor 2020 houdt Skal rekening met een matige groei van de biologische landbouwbedrijven. Voor de handel in biologische goederen is de ontwikkeling van de biologische sectoren in de andere EU-landen van belang en deze groei is nog steeds aanzienlijk. In de prognose van 2020 is daarom gekozen voor een netto groei van 5 procent waarvan 7,5 procent voor handel en verwerking en 1 procent bij de landbouwbedrijven.
Vorig jaar werden bij inspecties 106 zware afwijkingen ontdekt, meer dan het jaar daarvoor. Dat kan volgens Skal deels verklaard worden door het hoge aantal gerealiseerde inspecties, door de handhaving van het tijdige herstel van eerder aangetroffen ernstige afwijkingen en deels door de groei van het aantal bedrijven. Inhoudelijk gingen de helft van de geconstateerde afwijkingen bij landbouwbedrijven over dierenwelzijnsonderwerpen zoals weidegang/uitloop en huisvesting.
In twee gevallen werd er geen toegang tot het bedrijf verschaft aan de inspecteur. Ook dit wordt beoordeeld als een kritieke afwijking. Het percentage geregistreerde bedrijven met een kritieke afwijking is met 1,8 procent hoger dan de 1 procent uit 2017 en 2018. Bij meerdere kritieke afwijkingen of herhaling van kritieke afwijkingen kan het hele bedrijf opgeschort of gedecertificeerd worden. In 2019 zijn acht bedrijven gedecertificeerd. Van vier bedrijven is het bio-certificaat tijdelijk opgeschort. Verder heeft Skal in 2019 twee percelen gedecertificeerd.
Kostenbeheersing
Skal zelf heeft vorig jaar een positief resultaat gerealiseerd van ruim 700.000 euro. Het resultaat werd ten opzichte van de begroting positief beïnvloed door zowel hogere opbrengsten als lagere totale kosten. Er werden meer wettelijk verplichte inspecties uitgevoerd en het aantal uitgevoerde monsternames steeg door een wijziging in regelgeving voor de import van goederen buiten de EU.
De totale kosten zijn gestegen van 5,29 miljoen naar 6,11 miljoen euro. Deze stijging is lager dan oorspronkelijk begroot. Deze kostenbeheersing vindt zijn oorsprong met name in beheersing van de kosten van personeel en organisatie. In 2019 is er voor gekozen om in vergelijking met 2018 met meer eigen medewerkers inspecties uit te voeren. Het gemiddeld aantal werknemers steeg mede daardoor van 46,9 in 2018 naar 56,3 in 2019. Hierdoor was er meer interne capaciteit voor gerichte inspecties en monsternames.
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Fenneke Wiepkema