Column: Frank Verhoeven: Kringlooplandbouw

Een korte introductie: ik werk al bijna 20 jaar aan kringlooplandbouw, maar dan vooral in de melkveehouderij. Ik heb ooit de kringloopwijzer mee opgezet, maar zal direct toegeven dat de kringloopwijzer geen kringlooplandbouw is. Ook moet ik oppassen niet beroepsgedeformeerd te worden.
Laatst hoorde ik dat er in de Tweede Wereldoorlog veel voedsel naar Duitsland ging, waardoor in Nederland de varkensstapel met 80 procent was gekrompen en de kippen met 95 procent. Het aantal koeien was gelijk gebleven. Dat laat zien welke sectoren het meest met de mens concurreren (onderzoek Stefan Lauwens). Professor Imke de Boer presenteerde laatst ook een aantal heldere principes: 1) landbouwgrond als eerste gebruiken voor productie van voedsel voor mensen en de reststromen die daarbij ontstaan benutten voor diervoer, 2) optimale benutting van graslanden op gronden die niet geschikt zijn voor akker- of tuinbouw en 3) benutting van dierlijke mest voor hoogwaardige bemesting van landbouwgrond, ofwel composten of bokashi.
Tekort aan goede mest
De akkerbouw moet dus meer centraal komen te staan in de kringlooplandbouw en het dier heeft een rol in het produceren van waardevolle mest. Maar bokashi kost geld en voor dunne zeugengier krijg je geld toe. Volgens mij is er in Nederland een overschot aan slechte mest en een tekort aan goede mest. Er is geen veehouder die door de overheid word verleid een strooiselstal te bouwen of om meer aandacht te besteden aan het opwaarderen van drijfmest. De overheid rekent af op mollen ammoniak en dan moet de stal zo dicht mogelijk en de mest daarna zo snel en zo diep mogelijk de grond in. Innovatie rondom stallen gaat al decennia niet meer over de kwaliteit van de mest die eruit komt, maar over roostervloeren met klepjes en luchtwassers. In dat kader ben ik ook altijd tegen mestvergisting geweest, dat levert een beetje energie op, maar de kwaliteit van de mest wordt er in de regel niet beter van.
Dan een ander belangrijk punt: de mengvoerindustrie maakt de verbinding tussen akkerbouw en veehouderij. Kan die er misschien deels tussenuit? Het kost veel CO2 om brok te persen en het zorgt er ook voor dat het voer van steeds verder weg is gekomen. Stel de akkerbouwer blaast rechtstreeks een paar silo’s vol bij de veehouder? Wat voor voer is er dan nodig? Een melkveehouder denkt tegenwoordig alleen nog maar in mais. En ik begrijp dat een akkerbouwer weinig kan met mais in het bouwplan. Grasland daarintegen kan veel waarde toevoegen aan het bouwplan van de akkerbouwer, maar bijvoorbeeld ook graan. Veel mais in het rantsoen van de koeien vergt ook aanvulling met hoogwaardig (duur) eiwit. En nu kan de akkerbouwer misschien meer eiwitgrondstoffen gaan telen zoals lucerne, erwten of nedersoja, maar de melkveehouder kan ook minder mais verbouwen en zich concentreren op eiwit uit gras. De akkerbouwer levert dan energie in plaats van eiwit.
Bruggen slaan tussen de sectoren
Voor de echte kringlooplandbouw moeten we meer bruggen slaan tussen de sectoren. Bijvoorbeeld een gezamenlijke nutrientenbalans opstellen en een gezamenlijke lobby agenda richting LNV. Maar ook regionaal meer ruimte voor voer-mest samenwerking. Denk aan hele eenvoudige voer-mestcontracten, wat we trouwens kringloopcontracten moeten gaan noemen. Ook de duurzaamheidspremies vanuit de melkfabrieken, maar bijvoorbeeld ook vanuit Avebe en Cosun kunnen meer toegesneden worden op samenwerking tussen de sectoren. Tenslotte hoor ik veel akkerbouwers zeggen dat ze gewoon al kringlooplandbouw zijn. Als je helemaal zonder mest en kunstmest boert, misschien wel, maar die ken ik niet zoveel. Ik zie veel kansen in een betere samenwerking tussen de sectoren, u ook?
Tekst: Frank Verhoeven
Beeld: Susan Rexwinkel