Pootgoedareaal: 14,5 procent verlaagd, 1,5 procent afgekeurd

De NAK, de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen, heeft de resultaten bekend gemaakt van de derde en laatste pootgoedveldkeuring van dit jaar. Na deze derde veldkeuring is in totaal 14,5 procent verlaagd. Dit is iets lager dan 2019, toen 14,8 procent werd verlaagd. Tot nu toe is dit jaar in totaal 1,5 procent afgekeurd, dat is 0,7 procent minder ten opzichte van vorig jaar toen 2,2 procent van het ter velde staande pootgoed werd afgekeurd.
Meeste afkeuringen
De meeste afkeuringen vonden tot nu toe plaats in het gebied Noord II, de zandgronden. Daar is 3 procent afgekeurd. in 2019 werd in die regio 5,6 procent afgekeurd. Met 1,2 procent vonden de minste afkeuringen dit jaar plaats in de regio Midden. Op de kleingronden van Noord I is 1,5 procent afgekeurd en in de regio Zuid 1,5 procent.
Op de zandgronden in de regio Noord II vonden met 23,6 procent ook de meeste verlagingen plaats. Afgelopen jaar was dit cijfer in deze regio 24,8 procent. Met 11,9 procent vonden de minste Emverlagingen plaats op de kleigronden in Noord I. In regio Midden bedroeg dit percentage 13,0 en Zuid 22,2 procent. In 2019 bedroeg bedroeg in Zuid het verlagingspercentage 16,1. Landelijke gezien ligt het verlagingspercentage met 14,5 procent net iets onder het niveau van 2019 (14,8 procent)
Drie keer keuring
De NAK start met haar veldkeuringen steeds in de eerste helft van juni. De NAK-keurmeesters keuren de pootaardappelen op ziekten en afwijkingen. Tijdens het groeiseizoen wordt een perceel gemiddeld drie keer beoordeeld. Een pootgoedteler kan de keuringsresultaten van zijn percelen inzien op het NAK-Klantportaal. Een teler die het niet eens is met een keuringsuitslag kan een extra- of een herkeuring aanvragen.