LTO hoopt op motie voor aanpassing fosfaatregels

Het probleem komt voort uit het feit dat de overheid vanaf komend jaar nieuwe indicatoren gaat gebruiken voor het bepalen van de fosfaatplaatsingsruimte op bouw- en grasland. Tot nu toe vormde het Pw-getal de indicator voor het fosfaatgehalte in de bodem, vanaf 2021 worden calciumchloride en ammoniumlactaat gehanteerd als indicatoren. „Deze gecombineerde indicator moet een beter inzicht geven in de hoeveelheid fosfaten ten opzichte van de bodemvoorraad. Het gaat hierbij om de fosfaten die daadwerkelijk beschikbaar zijn voor de plant”, zegt Michael van der Schoot, Themaspecialist Bodem- en Waterkwaliteit bij LTO Nederland.
Desastreus voor bodemvruchtbaarheid
Het probleem is dat de keuze voor de nieuwe indicatoren in de praktijk veelal negatief uitpakt voor akkerbouwbedrijven op de kleigronden. De fosfaatplaatsingsruimte in deze gebieden loopt met de nieuwe aanpak namelijk fors terug. Met name de akkerbouw in het zuidwesten wordt hard getroffen: hier leveren boeren soms meer dan tien procent aan fosfaatruimte in. „Volgens Eurofins komt dit onder meer door het meenemen van de fosfaat-bodemvoorraad, die pas op langere termijn beschikbaar is voor het gewas”, legt Van der Schoot uit. „Maar ook in andere kleigebieden leiden de nieuwe indicatoren tot een forse reductie van de fosfaatplaatsingsruimte. Gemiddeld gaat het om 5 tot 10 procent, zo blijkt uit onafhankelijk onderzoek van Eurofins. Gegevens van diverse studieclubs tonen aan dat deze percentages op bedrijfsniveau nog veel hoger kunnen liggen. De overheid heeft echter steeds aangegeven te streven dat naar een zo neutraal mogelijke invoering van deze gecombineerde indicator. Ook voor LTO Nederland is dit een belangrijk uitgangspunt.”
Volgens LTO-vakgroepvoorzitter Jaap van Wenum bemoeilijken de nieuwe regels het investeren in bodemvruchtbaarheid. „Akkerbouwers kunnen minder compost en organische stof aanvoeren, waardoor het verbeteren van de bodemkwaliteit in het gedrang komt. Sterker nog: de nieuwe meetmethode is desastreus voor de bodemvruchtbaarheid.”
Fosfaatklassen
Om de problematiek aan de kaak te stellen, voerde LTO Nederland de afgelopen weken diverse ambtelijke gesprekken met het ministerie van LNV. Ook bracht de belangenorganisatie de signalen onder de aandacht van een aantal Kamerfracties. „Wij rekenen erop dat zij deze, in de vorm van een motie, zullen inbrengen in de Tweede Kamer”, licht Van der Schoot toe. „De nieuwe gecombineerde indicator hoeft niet van tafel, maar de voorgestelde fosfaatklassen dienen te worden aangepast; liefst nog vóór 1 januari 2021. De indeling van deze klassen vormt namelijk een belangrijke oorzaak voor het feit dat de nieuwe meetmethode negatief uitpakt voor de beschikbare fosfaatruimte van veel bedrijven. Is 1 januari niet haalbaar, stel de nieuwe aanpak dan uit en ga met de sector in overleg hoe en wanneer deze wel kan worden ingevoerd.”
Volgens de bodemspecialist rekent LTO erop dat de Kamerfracties, op basis van de aangekaarte problematiek, een motie zullen indienen. „We hebben hier alle vertrouwen in en gaan er vanuit dat partijen dit nog vóór het Kerstreces - en waarschijnlijk komende week - oppakken.”
'Meetmethodiek aanpassen'
Van Wenum benadrukt dat hij ervan uitgaat dat Schouten de huidige plannen zal terugdraaien. „De meetmethode die er nu ligt, staat namelijk haaks op datgene wat de minister wil met de bodem: het stimuleren van kringlooplandbouw, bodemvruchtbaarheid, et cetera. Aangezien ik aanneem dat Schouten bij haar visie blijft, lijkt het me zo klaar als een klontje dat de voorgestelde meetmethodiek moet worden aangepast.”
Tekst: Ank van Lier
Beeld: Trekkerweb