‘Nieuwe fosfaatregels zagen poten onder je stoel weg’

Voor Thijs van der Torren betekent de aanpassing van de fosfaatregels letterlijk een aderlating: de akkerbouwer uit het Zeeuwse Zonnemaire levert naar schatting 15 tot 20 procent van zijn fosfaatruimte in. Dit als gevolg van het feit dat vanaf komend jaar nieuwe indicatoren worden gebruikt voor het bepalen van de fosfaatplaatsingsruimte op bouw- en grasland. Tot nu toe vormde het Pw-getal de indicator voor het fosfaatgehalte in de bodem, vanaf 2021 worden calciumchloride en ammoniumlactaat gehanteerd als indicatoren. De keuze voor deze nieuwe indicatoren pakt in de praktijk negatief uit voor veel akkerbouwbedrijven op de kleigronden; hun fosfaatplaatsingsruimte loopt fors terug. „Dit is - om het maar even netjes te houden - op zijn zachtst gezegd heel onplezierig”, zegt Van der Torren. „Om de bodemkwaliteit en de hoeveelheid organische stof op peil te houden, brengen wij de laatste jaren veel vaste en vloeibare mest op onze gronden. En dat past ook goed in het principe van kringlooplandbouw, waar de minister de mond van vol heeft. Maar straks moeten we wat dit betreft dus een flinke stap terug doen.”
Trajecten van de lange adem
De akkerbouwer vreest dat het feit dat hij straks minder mest kan opbrengen negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van zijn bodem. En daarmee uiteindelijk ook voor de opbrengsten. „Boeren is topsport, ook voor je grond. Die moet in topkwaliteit blijven en continu blijven presteren. Maar is dat nog wel mogelijk als we minder voeding kunnen opbrengen? We werken al langere tijd gericht aan het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem. Dit ligt op circa twee procent, maar we willen naar drie procent. Op die manier kun je immers de weerbaarheid van de bodem verbeteren, de uitspoeling verminderen, het waterbergend vermogen verbeteren, et cetera. Dit zijn echter trajecten van de lange adem en die worden door de nieuwe fosfaatregels ondermijnd.”
Volgens Van der Torren is dit alles nog eens extra zuur voor Zeeuwse akkerbouwers. ,,Door de droogte en het feit dat we niet kunnen beregenen als gevolg van de verzilting, hebben we enkele lastige jaren achter de rug. Als we straks minder mest kunnen opbrengen, gaat ook het waterbergend vermogen van de bodem achteruit. Dit kan de komende jaren nog eens extra problemen opleveren.”
Kostprijsverhogend
Van der Torren overweegt wel om straks compost in plaats van mest op zijn gronden te gaan brengen. Op deze manier kan hij, binnen de fosfaatruimte die hij heeft, namelijk meer organische stof aanvoeren. „Maar compost is een stuk duurder dan mest, wat betekent dat onze kostprijs verder omhoog zal gaan. Kortom: het wordt er allemaal niet eenvoudiger op. Wat vooral steekt is dat de minister op het ene moment aangeeft dat kringlooplandbouw hoogste prioriteit heeft. Wanneer je daar vervolgens mee aan de slag gaat, worden de poten onder je stoel weggezaagd.”
LTO Nederland heeft ook zorgen over de voorgestelde aanpassing van de fosfaatregels en bracht deze onlangs onder de aandacht van een aantal Kamerfracties. De belangenorganisatie hoopt dat dit uiteindelijk resulteert in een Tweede Kamermotie voor aanpassing van de fosfaatregels. „Het is van cruciaal belang dat deze motie uiteindelijk wordt ingediend en aangenomen”, zegt Van der Torren. „Sterker nog: dat is een must om de bodemkwaliteit en het rendement van bedrijven op de kleigronden te behouden en te verbeteren.”
Minimale gevolgen
De impact van de nieuwe indicatoren is echter niet voor alle ondernemers op de kleigronden even groot. Voor Foppe Sinnema in het Friese Dronrijp heeft de aanpassing van de indicatoren bijvoorbeeld nauwelijks gevolgen. „Op sommige percelen leveren we wat fosfaatruimte in. Dit proberen we hier te compenseren door meer compost in plaats van vaste mest aan te voeren; hiervan kunnen we grotere hoeveelheden plaatsen. Op andere percelen krijgen we daarentegen wat extra fosfaatruimte. Per saldo blijft onze plaatsingsruimte vrijwel gelijk”, zegt Sinnema. „Dit komt vooral omdat we op zowel lichte als zware klei boeren. Ook hebben we gronden met een hoog en laag fosfaatgehalte. Kortom: voor ons zijn de gevolgen van de nieuwe fosfaatregels minimaal.”
Tekst: Ank van Lier