
‘Handboek Bodem en Bemesting voldoet als basis voor bemesting’

Bussink zegt dat de meerwaarde van andere grondonderzoeken, zoals die van Kinsey-Albrecht, onvoldoende extra rendement opleveren om de meerkosten terug te verdienen. „Als de verschillende elementen in minimaal voldoende mate aanwezig zijn, heb je geen last van interacties die de opbrengst negatief beïnvloeden.”
Bij de Albrecht-methode draait het om de bezetting van het klei-humuscomplex. Verschillende ionen beïnvloeden elkaar volgens de bedenkers van deze methode. Als voorbeeld geeft Bussink de interactie tussen magnesium en kalium. „In de akkerbouw leeft de zorg dat bij onvoldoende kali het onderwatergewicht achterblijft of de blauwgevoeligheid toeneemt. Kalium kan wat magnesium wegdrukken, maar dat effect is alleen schadelijk bij gebrekkige magnesiumtoestanden.”
Bussink stelt dat voor de kwaliteit van veel akkerbouwproducten de bemesting maar geringe invloed heeft. „Je moet dan denken aan 10 procent. De rest van de factoren, vooral ras, weer en staanplaats, beïnvloeden de kwaliteit veel sterker.”
Organische stof
Tijdens het speciale webinar over de effecten van bemesting op de bodem bleek dat bijna de helft van de deelnemende telers vreesde dat de organische stofgehalten terug gaan lopen in Nederland. Volgens Bussink is daar geen aanleiding voor. „Dit is lang gemonitord en studies laten zien dat organische stofgehalten constant of zelfs licht stijgend zijn, hoewel op een enkel perceel daling mogelijk is.”
Bussink stelt dat grasland organische stof opbouwt, maar dat het op akkerland vakmanschap vereist om de organische stofgehalten op peil te houden. „Op het internet kunnen telers gebruik maken van een eenvoudige tool voor de organische stofbalans. Daarin heb je maar een paar gegevens nodig om in te vullen. Op basis van teelt, voorvrucht en grondsoort kan je de tool invullen. In een figuur is vervolgens te zien hoe de afbraak en opbouw van organische stof zich verhouden.”
De zorg voor de organische stof komt volgens de programmamanager voort uit de toegenomen aandacht voor bodembeheer die voortvloeit uit het klimaatakkoord. „Vanuit dat akkoord zou het organische stofgehalte moeten stijgen. De organische stof is belangrijk voor het bodemleven, de structuur en om de nutriënten geleidelijk vrij te laten komen.”
Sturing bodemprocessen
Sterk van invloed op de bodemprocessen is de temperatuur. Daarop kan de teler niet sturen. De invloed van keuzes als het toedienen van kunstmest, kalk, gefermenteerde meststoffen of het gebruiken van enkel organische meststoffen vraagt volgens Bussink meer onderzoek. Het werkingspercentage van dierlijke mest omhoog brengen is moeilijk, zegt de bemestingsdeskundige.
Telers kunnen volgens Bussink voldoende uit de voeten met de normen en een goede bemestingsstrategie. „Houd daarbij rekening met de nawerking van de bemesting in de volgende jaren. Begin met een plan. Kijk vooral naar dierlijke mest. Doe een analyse. Houd rekening met perceelsverschillen. Kies de juiste mestsoorten aan het begin van het seizoen, om emissies te beperken.”

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Jorg Tönjes