Akkerbouwer Sikkema verrast door uitbreiding Eemshaven

Op 13 april kreeg Kees Sikkema vanuit het niets een uitnodiging van de provincie Groningen om diezelfde avond deel te nemen aan een digitale bijeenkomst over de uitbreidingsplannen van de Eemshaven. Een folder met de plannen zat bij de uitnodiging. Voor pakweg twaalf boeren met 600 hectare in de Oostpolder lijkt er geen ontkomen aan: hun grond wordt bestemd voor bedrijven (waterstof, batterijen, datacentra, windenergie en automotive) die de Eemshaven een aantrekkelijke locatie vinden om zich te vestigen.
Pootaardappelen
De schrik zit er goed in bij de boeren. Sikkema: „Wij telen hier op de vruchtbaarste landbouwgrond van de wereld. De pootaardappelen die we hier hebben, staan bekend om hun hoogwaardige kwaliteit en we exporteren ze over de hele wereld. Ze zeggen niet voor niets dat het gaat om het ‘Groninger Goud’. Als we weg moeten, kunnen we nooit meer een plek vinden met zulke vruchtbare landbouwgrond waar het zo goed boeren is”, zegt hij.
De familie Sikkema boert nu al vier generaties lang in de Oostpolder. Het valt dan ook zwaar om te realiseren dat er bijna niet aan te ontkomen valt om landbouwgrond op te geven voor industriële doeleinden. „Het voorkeursrecht is er al op gelegd. Je mag dus niet verkopen aan andere partijen. Wij als boeren in deze polder moeten ons land in geval van verkoop eerst aan de provincie Groningen aanbieden.”
Hard gelag
De meeste boeren, op een enkeling na, willen helemaal niet verkopen voor geld, weet Sikkema. „Zeker niet degenen met kinderen die het bedrijf willen overnemen. Mijn zoon Pieter wil ook gewoon door met ons bedrijf. Natuurlijk wil je niet weg. Je verlaat niet een plek waar je je hele leven hebt gewoond en gewerkt. We zijn trots op ons boerenbedrijf, waar onze ouders en voorouders hard voor hebben gewerkt en het areaal met de jaren hebben uitgebreid. Voor jonge boeren in het gebied is het een hard gelag. Ik ken jongens die fiks hebben geïnvesteerd in schuren en grote landbouwmachines. Dat is een zware klap voor hen om te accepteren dat er geen toekomst meer is in de Oostpolder.”
De ‘overvaltechniek’ van de provincie Groningen heeft zijn redenen, volgens Sikkema. „Als het nieuws eerder was uitgelekt, hadden speculanten al bij de boeren op de stoep gestaan. Door het op zo’n rappe manier aan te pakken kon de provincie Groningen dat voorkomen. Op den duur wordt de bestemming gewijzigd. Als je niet meewerkt, volgt onteigening. Voor ons gaat dan 45 hectare landbouwgrond verloren.”
Lees de volledige reportage in de Veldpost van zaterdag 8 mei
Tekst: Agrio
Beeld: GrAJK