Column: André Hoogendijk: De toekomst is plantaardig

Dieren hebben een belangrijke positie in ons landbouwsysteem. Die moeten ze vooral ook houden. Dieren zijn immers nuttige omvormers van voor mensen oneetbare gewassen en reststromen. Zo kunnen koeien gras eten, maar ook bietenpulp en bierbostel. Oud brood en etensresten worden goed verteerd door varkens en kippen. Dieren verrichten nuttig werk en produceren waardevolle mest. We krijgen er als maatschappij mooie producten voor terug in de vorm van melk, vlees, boter, kaas, eieren en nog veel meer.
Eigenlijk draait niet alleen de landbouw maar de hele wereld om planten.
Als je van iets meer afstand kijkt, dan zie je echter dat dieren niet centraal staan in ons landbouwsysteem. Het zijn planten die de basis vormen van voedsel voor mens en dier. Alleen planten kunnen CO2 uit de lucht halen. Daarnaast kunnen planten stikstof binden, erosie tegengaan en onderdak bieden aan dieren groot en klein. Je kunt planten niet alleen opeten, je kunt er ook huizen van bouwen en mee isoleren. Planten zijn de basis voor veel medicijnen en kunnen zorgen voor groene grondstoffen in een fossielvrije toekomst. Eigenlijk draait niet alleen de landbouw maar de hele wereld om planten.
Je merkt daar echter niets van als je de politiek volgt. Het mestbeleid is volledig gebaseerd op dieren in plaats van planten. De discussie gaat alleen maar over hoe we de mest kwijt kunnen. Zo kiest men steeds voor een derogatie voor melkveebedrijven in plaats van een derogatie voor gewassen als gras en wintertarwe. Dat is gek, want de stikstof moet toch op de planten terechtkomen en niet op de koeien. Terwijl het in wezen zo simpel is. Je kijkt wat planten nodig hebben en je zorgt ervoor dat je de juiste soort mest in de juiste hoeveelheid op het juiste moment strooit. Stront is gezond.
Het wordt nog vreemder als je naar het Nederlandse voedselbeleid kijkt, voor zover je daarvan kunt spreken. De politiek maakt zich druk om een relatief klein onderdeel van het veevoer – de soja sideshow – maar heeft amper aandacht voor voedsel voor mensen. Als akkerbouw halen we steeds meer eiwitten uit aardappelen. We zien kansen om ook eiwit uit bietenblad te halen en om meer bonen te telen. Met dank aan de klimaatverandering zou het zelfs moeten lukken om steeds meer baktarwe te telen. U leest het goed. Tarwe, wel bekend van ons dagelijks brood.
We maken ons druk om wat onze dieren eten, maar niet om wat we zelf eten.
Er is geen politieke aandacht voor oliehoudende gewassen die we als mensen elke dag consumeren en waarvoor we afhankelijk zijn van landen buiten de Europese Unie. We maken ons druk om wat onze dieren eten, maar niet om wat we zelf eten. Er wordt nooit een motie ingediend om de ontwikkeling van baktarwe te ondersteunen. Nooit een motie die bierbrouwers oproept meer gerst uit eigen land te halen. En na jaren van praten is eiwit uit bietenblad nog steeds niet geregeld. Want mestbeleid is ingewikkeld en waarom voeren we dat spul eigenlijk niet gewoon aan de koeien? Toet toet, boing boing.
Door alleen te kijken naar dieren, missen we zicht op de echte oplossingen. Stikstof is een typisch voorbeeld. Als je minder stikstofdepositie wilt, dan moet je je richten op het telen van planten. Bij innovatie voor stikstof komen we echter niet verder dan denken in stallen. Maar je moet juist investeren in gezonde voeding en in innovaties in veredeling, teelt en verwerking van gewassen. Je moet investeren in veldbonen, in lupine, in aardappelen, in suikerbieten, in vlas, in hennep, in sorghum, in miscanthus, in bonen, in haver, in gerst, in tarwe en zeker ook in gras. En van daaruit gaan denken in de benodigde mest, de beschikbare reststromen en de bijbehorende stallen voor het houden van dieren.
Door alleen te kijken naar dieren, missen we zicht op de echte oplossingen.
Dit is omdenken op grote schaal. Een nieuw perspectief dat nieuwe wegen opent voor nieuwe oplossingen. Voor de start van het nieuwe GLB en het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn hebben we nu de kans om het over een andere boeg te gooien. We zullen immers op korte termijn grote doelen moeten behalen voor onder meer stikstof, klimaat en waterkwaliteit. Politici gedragen zich vaak als deelnemers aan een slipcursus die alle lessen vergeten zodra ze het circuit op mogen. Je hoeft echter maar één les te onthouden: Je moet sturen waar je heen wilt.