‘Teler beslist wanneer ui wordt verkocht, niet het product in de bewaring’

De Hazera Internationale Open Dagen vinden dit jaar door de coronapandemie vooral online plaats, maar bieden ook de mogelijkheid om op afspraak het Hazera veredelingsstation in Warmenhuizen te bezoeken, waar het bedrijf een aantal nieuwe rassen en noviteiten presenteert. De focus ligt dit jaar onder andere op de uienteelt. Volgens global product manager De Heer zijn steeds meer telers op zoek naar rassen die zij kunnen bewaren tot op een later moment.
Wij zoeken voor de lange bewaring continu naar verbetering richting opbrengst en kwaliteit, zegt hij. „De ui is wereldwijd vraag en aanbod gestuurd. Op het moment dat een teler zijn uien zaait, weet hij niet wanneer hij wil uitleveren. Dan is het belangrijk om sterke rassen te hebben, zodat hij niet wordt gedwongen zijn product op een gegeven moment te móeten verkopen.”
Flexibele ui
Hazera heeft met Dormo en Centro twee rassen op de markt die zich voor de extra lange bewaring hebben bewezen, vult productmanager Adam Prabucki aan. Maar de teler wil eveneens een flexibele ui, die bijvoorbeeld ook voor de industrie is te gebruiken. „In landen als het Verenigd Koninkrijk en Polen gaat een groot deel van de uien naar de schillerij. Dat vraagt om een ui voor de lange bewaring, met een niet al te dikke huid.” Hazera laat op het veredelingsstation het ras 37-130 zien, dat naar verwachting over twee jaar op de markt komt. „Deze ui heeft naast een hoge opbrengst ook een goede huidvastheid en is zeer geschikt voor de industrie. We verwachten dat de vraag naar dit soort rassen in de toekomst gaat toenemen.”
In het rode segment is de Redrover het nieuwe paradepaardje van Hazera. Dit middelvroege ras heeft een bewaarbaarheid tot eind maart, een hoge eenkennigheid en kleurt mooi door, aldus Prabucki. „Rode uien worden veel in salades gebruikt. Dat vraagt om veel eenkennigheid. Dat wordt vooral in de VS gewaardeerd, maar je ziet dat die trend ook overwaait naar Nederland.”
Middelengebruik
De productmanagers merken in het veld dat uientelers worstelen met het middelenbeleid. Al jaren wordt het aantal middelen en de toepassingen daarvan beperkt, hoewel dat per land verschillend is. We proberen daar vanuit de veredeling een oplossing voor te vinden, zegt De Heer. Zo wordt in de veredeling gekeken naar rassen die minder gevoelig zijn voor plaaginsecten, zoals trips. Ook wordt veredeld op gewassen die beter rechtop staan, zodat onkruid op het veld makkelijker mechanisch kan worden bestreden, en op rassen die minder bladbreuk hebben, een kenmerk dat voorkomt dat dit natuurlijke invalshoeken voor schimmels worden.
Ook het gebruik van geprimed zaad, zaad dat sneller en egaler kiemt door een speciale behandeling, is een methode om ervoor te zorgen dat de start van het gewas sneller is en op deze manier een voorsprong heeft op het kiemend onkruid.
Mokerslag
De spruitremmer MH 30 is voorlopig nog tot 2032 in de uienteelt toegelaten, maar het is een mokerslag voor de Nederlandse uienteelt als dit middel er definitief uit raakt, besluit De Heer. „Onze rassen bewaren van nature al wat beter. Daar zijn we al behoorlijk ver mee.”

Tekst: Annemarie Gerbrandy
Opgegroeid als burgermeisje met boerenbloed, maar al 25 jaar woonachtig op een melkveebedrijf. Journalist in hart en nieren, met een passie voor de land- en tuinbouw. Gaat graag 'de boer op'. Houdt ook van hardlopen.
Beeld: Annemarie Gerbrandy, Hazera