Efsa: Terechte vrijstelling voor neonicotinoïden in 11 EU-landen

Na het verbod op de neonicotinoïden hebben elf EU-landen besloten gewasbeschermingsmiddelen op basis van deze werkzame stoffen wel voor een bepaalde periode toe te staan. België, Kroatië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slowakije en Spanje verleenden derogatie voor gewasbeschermingsmiddelen op basis van de werkzame stoffen clothianidin, imidacloprid, thiamethoxam en thiacloprid. De ontheffing was geldig voor maximaal 120 dagen.
Vaker spuiten met insecticiden
Nederland deed dit echter niet, ondanks oprukkende problemen met vergelingsvirus in de bietenteelt. De bietensector reageerde onthutst op het hardnekkige ‘nee’ van minister Schouten, zeker toen grote bietenlanden als Frankrijk en Duitsland wel overgingen op een vrijstelling voor de neonicotinoïden. Doordat telers geen zaad meer kunnen gebruiken dat is bewerkt met neonicotinoïden worden ze gedwongen vaker en meer te spuiten met insecticiden om het gewas te beschermen tegen bladluizen. En dat is niet wat de sector wil. Bovendien zou de derogatie in andere landen leiden tot een ongelijk speelveld in de Europese bietenteelt. Dit was volgens Schouten geen reden om een tijdelijke vrijstelling te verlenen.
De Europese Commissie heeft vorig jaar de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) gevraagd om te beoordelen of de ontheffingen in de zeventien landen gerechtvaardigd waren. Elk lidstaat moest Efsa voorzien van informatie over de te bestrijden plaag en de beschikbare middelen om deze aan te pakken. Efsa concludeerde op basis van deze informatie dat er in geen van de gevallen alternatieve oplossingen beschikbaar waren.
De Europese Unie kondigde in 2018 een totaalverbod af op het gebruik van neonicotinoïden in de open teelten. Het verbod werd 1 januari 2019 van kracht. Als belangrijkste reden voor het verbod werd genoemd het beschermen van bijen en andere bestuivers.