Proeven in poters: 'Met Physiostart meer knollen per plant'

Extra ontwikkeling van wortels
De meststof is bekend uit de maïsteelt, waar het extra wortelontwikkeling geeft. Wesselink: 'Vandaar dat we wilden weten wat het zou doen in de pootaardappelteelt. Een aardappelplant in stress stoot knollen af. Stress is meestal droogte. Met een beter ontwikkeld wortelstelsel heeft de plant minder snel last van droogte, dus dat levert misschien die knol extra op.'
Op kleine schaal in aardappelen
Twee jaar geleden heeft Wesselink het op kleine schaal in de aardappelteelt gebruikt. Hij was kritisch. 'Als vertegenwoordiger heb ik veel van dergelijke middelen zien komen en evenveel zien gaan. Toch leek Physiostart na dat eerste jaar wel aardig.'
Dat was aanleiding om de proeven vorig jaar flink uit te breiden. Bij verschillende pootaardappeltelers legde hij proeven aan. Hij vergeleek de aardappelopbrengst van onbehandelde rijen van die met rijen waar omgerekend 25 kilo Physiostart per hectare was gegeven. Kosten van de meststof zijn 60 euro per hectare.
Blind verwerkt
Maatschap Prinzen Somsen in Aalten had op tien percelen proefstroken aangelegd; rijen waarin hij de meststof had toegediend. 'Arjan wist niet in welke rijen wel of geen Physiostart lag. Het was in het veld ook niet zichtbaar aan het gewas', zegt Anno Prinzen. De proefrooiingen zijn dus blind verwerkt.
Zelf zag Prinzen ook niet aan het gewas waar de behandelde stroken lagen. 'We hebben bij het selecteren niet echt gezien dat er meer wortels onder zaten. Ook bij het rooien hebben we niet kunnen ontdekken welke rijen behandeld waren', zegt Prinzen. Volgens hem zou het snel opvallen wanneer bepaalde rijen meer opbrengst geven. 'Bij de spuitpaden zie je ook het verschil. De aardappelen in de rij naast het spoor hebben wat meer ruimte en licht.'
Bij wegen wel verschil
De proefrooiingen uit de behandelde en onbehandelde rijen heeft Wesselink per potermaat gewogen. Daaruit bleek wel verschil. Er zat meer tal onder de behandelde planten. 'Het was bij alle rassen; Seresta, Spunta, Bintje, Asterix, Festien en Baraka. Die laatste twee rassen zit toch al weinig tal onder, dus dat is prachtig. Het scheelde geen half knolletje of zo; het maakte flink verschil.'
Knolvorm
In de Spunta van Prinzen deed Wesselink proefrooiingen van telkens 6 meter in de rij. Hij vond in de onbehandelde rij 220 knollen, in de behandelde rij 251 knollen in de potermaat 28 op. Dat kwam overeen met 22,8 kilo in de onbehandelde rij en 23,7 kilo in de behandelde. Een verschil van 0,9 kilo, bijna 4 procent. 'Opvallend was de meeropbrengst van omgerekend 4 ton per hectare in de potermaat 45-55 millimeter', zegt hij. In die maat zat bij onbehandeld 13,2 kilo, bij behandeld 15,5 kilo in het gerooide monster. In de maat 35-45 zat bij behandeld een kilo meer, in de maat 28-35 was geen opbrengstverschil.
'Het kan niet anders of het verschil zit in de knolvorm', is de conclusie van Wesselink. 'De aardappelen lijken wat langer. Daardoor zijn ze zwaarder, maar vallen ze nog niet uit de maat.'
Representatief voor andere rassen
De resultaten die Wesselink bij Spunta heeft gehaald, zijn volgens hem representatief voor de overige rassen. 'Het was niet het ras met het beste resultaat, maar ook niet het slechtst.'
De proeven lagen ook op verschillende grondsoorten. Ook dat heeft geen invloed gehad op de resultaten. 'Overal zie ik hetzelfde beeld. Maar het is natuurlijk nog maar één jaar waarin we dit hebben onderzocht. Volgend jaar gaan we hiermee zeker verder.'
Tevreden met resultaat
Prinzen is in elk geval tevreden met het resultaat. 'Als het de helft minder positief was, dan was het nog goed. We gaan er absoluut mee door.'
Volgend jaar wil hij de proef herhalen, maar dan andersom. 'Nu had ik in een paar rijen Physiostart toegediend, bij wijze van proef. Volgend jaar gebruik ik het overal, maar sla dan een paar rijen over.'
De kosten vindt hij geen bezwaar. 'Op de teeltkosten van 5.000 euro per hectare doen die paar tientjes je de das niet om.'
Proberen
Gert Westerveld, pootgoedteler in Westendorp, vindt de resultaten ook positief. Hij heeft ook Physiostart toegepast, maar op al ij'n hectares. Om rijen over te slaan om het resultaat te bekijken, daar wil hij niet aan beginnen. 'We zijn druk genoeg. Arjan doet de proeven en de eerste resultaten zijn duidelijk. Voor die 60 euro wil ik het dan wel proberen. Als Arjan er na vier jaar achterkomt dat het geen meerwaarde heeft, dan krab ik me ook eens achter de oren.'
Verschil met voorjaande jaren
Westerveld heeft het afgelopen jaar wel verschil gezien met voorgaande jaren, maar kan dat niet toeschrijven aan Physiostart alleen. 'Het kan ook komen doordat we minder aaltjesschade hebben. We zijn afgelopen jaar namelijk ook begonnen met Vydate. Dat hebben we van de lelietelers afgekeken. Je zou denken dat ze bezuinigen op dergelijke middelen omdat ze zo slecht verdienen, maar dat doen ze niet. En omdat je soms echt wel wat tegenkomt in de grondmonsters, zijn wij het ook in de aardappelteelt gaan gebruiken. We moesten daarvoor wel een granulaatstrooier op de pootmachine laten bouwen. Tegelijkertijd hebben we dat ook voor Physiostart laten opbouwen.'
Snel opneembaar fosfaat
Ook Ben Minkhorst in Hummelo heeft Physiostart op al zijn pootgoedpercelen gebruikt. Hij heeft veel huurgrond. Een deel bestaat uit fosfaatfixerende gronden, andere percelen hebben soms een erg laag Pw-getal. 'We komen getallen van onder de 25 tegen. Met Physiostart geef je de fosfaat in een snel opneembare vorm vlak onder de moederknol. Sneller, dichter en beter kun je het niet bij de wortels brengen. Bij een Pw-getal van 100 verwacht ik er weinig meerwaarde van.'
De extra kosten ten opzichte van andere fosfaatkunstmeststoffen vallen volgens Minkhorst wel mee. Bovendien kan hij die niet overal toepassen. 'Op de huurgronden wordt vaak al dierlijke mest uitgereden. Dit is dan het maximale wat je eraan kunt doen.'
Afwachten
Zetmeelteler Derk Woestenenk in het Gelderse Laren twijfelt of hij Physiostart gaat gebruiken. Hij kent het product vanuit de maïsteelt, maar heeft het nog niet toegepast in zijn aardappelen. Hij teelt consumptieaardappelen en zetmeelaardappelen. 'De geluiden zijn positief. Als het in de zetmeelteelt meer kilo's en minder schurft oplevert, dan is dat mooi. Als het onderwatergewicht daardoor toeneemt, dan zijn de kosten snel betaald.'
Voordat Woestenenk het komend jaar Physiostart kan gebruiken, moet hij investeren in een granulaatstrooier. Hij heeft al op internet gezocht naar de mogelijkheden. 'Tweedehands zijn ze niet te krijgen, dus ik moet twee nieuwe strooiers kopen voor mijn vierrijige pootmachine. Op zich vielen de kosten niet tegen, maar dan moet je het ook nog opbouwen. Misschien wacht ik er nog een jaartje mee. Komend jaar wordt meer onderzoek gedaan, dat is in elk geval goed.'
Tekst: Harma Drenth
Beeld: Gerard Burgers