‘Ui- en peentelers moeten meer ondernemen’

Peter Pals, sectormanager akkerbouw bij Rabobank Nederland, gaf een illustratief voorbeeld. 'Ik heb het idee dat als de verkoopprijs onder de kostprijs duikt, de telers sneller hun uien of peen verkopen. Eerder dan wanneer de prijs ruim boven de kostprijs komt. Dan wordt gewacht op de cent extra. Terwijl het saldo zeker al acceptabel kan zijn. Telers moeten ook afscheid durven nemen van hun product.' Pals gaf maar aan dat telers veel bedrijfsmatiger moeten denken over de teelt van hun product. En helder de kosten en opbrengsten op een rijtje zetten.
Rekenvoorbeeld
Een rekenvoorbeeld leert dat het saldo van peen, bij een prijs van 8 cent per kilo, ruim 800 euro per hectare kan groeien. In zaaiuien is dit, bij 9 cent per kilo, 713 euro. Tenminste, als een teler zijn opbrengst met 10 procent weet te verhogen en zijn kostprijs met 10 procent verlaagt. 'Wij voeren allemaal de discussie over een mogelijke verhoging van de pachtprijs. Terecht', aldus Pals, 'maar plaats dit ook in het perspectief van de mogelijkheden in het teeltsaldo. Daar moeten wij ook erg kien op zijn.'
Het streven naar meer efficiëntie is ook noodzakelijk, gelet op de gemiddelde kostprijs van de peenteelt. Die ligt volgens Pals nu rond de 6,5 cent per kilo. 'En dat is volgens mij nu net de prijs waar in deze periode contracten voor worden afgesloten.'
Winnen in saldo
Hendrik Eerkens, teeltspecialist van Agrifirm, en Arjan Mager, directeur van Altic, maken duidelijk dat in de teelt en de bemesting van peen nog veel te winnen valt in het optimaliseren van het saldo. Eerkens signaleert grote verschillen tot wel 40 ton peen per hectare in de oogst van telers. Dat heeft vooral te maken met de perceelskeuze (de grondsoort) en de grondbewerking. Deze bepalen voor ruim 60 procent de opbrengstverschillen, heeft Eerkens berekend. Andere elementen, zoals voorvrucht, bemesting en gewasbescherming, spelen daarbij minder een rol. 'Maar de voorvrucht kan ook veel uitmaken. Wel vier ton per hectare', aldus Eerkens. 'Wintertarwe is daarbij bijvoorbeeld een slechte voorvrucht. Suikerbieten is de meest ideale.'
Opbrengsten meer bepalend
Eerkens concludeert dat de opbrengst meer bepalend is voor het saldo dan de kosten. Alleen in rooikosten valt nog een duidelijke winst te halen, gelet op de verschillen die de teeltspecialist ziet in de tarieven van de loonwerkers. Een hoge opbrengst drukt de kostprijs. 'Een mislukte teelt valt met de huidige prijzen nauwelijks terug te dringen', aldus Eerkens. In het terugdringen van de kosten moet echter niet alleen op de centen worden gelet, nuanceert Arjan Mager, maar ook op het resultaat. Zo blijkt uit een bemestingsproef van Altic dat de goedkoopste meststof, in dit geval Kali60, niet altijd leidt tot de beste veldopbrengst.
Marktgericht denken
Supermarktgoeroe Gerard Rutte kraakte in zijn inleiding het streven naar de hoogste kilo-opbrengsten en het beste saldo. Hij hield een stevig pleidooi voor marktgericht denken. 'Een supermarkteigenaar kijkt naar de markt, een boer naar zijn product. U wilt nog meer produceren? Hup, dan gaat de prijs omlaag. Als u zo doorgaat, gaan wij een ongelooflijke sanering meemaken. Het kan niet anders.'
Rutte raadt telers aan veel meer zelf de markt op te gaan, in plaats van dit over te laten aan de handel. 'U moet de inkoper van de supermarkt meer geld aan uw product laten verdienen. Dat is de kunst.' Hij wijst daarbij op het gegeven dat supermarkten door een gebrek aan eenheid in de ui- en peensector de hoogste marges draaien op de versproducten. 'In de kruidenierswaren woedt een prijzenslag. Kratten bier worden voor zestig cent onder de kostprijs verkocht. Dit verlies aan marges wordt uiteraard ergens anders, zoals bij vers, teruggepakt. Want u verkoopt de uien toch wel.'
Meer contact met supermarkt
Volgens Rutte moeten boeren zelf veel meer aankloppen bij de supermarkt, bijvoorbeeld die bij hen in de buurt. Hij wijst erop dat in Limburg (supermarktketen Jan Linders) en in Oostenrijk succesvolle projecten draaien, waar in de supermarkt regionale producten worden verkocht. Daarbij moeten boeren echter veel inventiever met hun uien en peen omspringen, oordeelt Rutte.
Hij spoort de telers aan, al dan niet individueel of in een collectief, te zoeken naar mogelijkheden en vernieuwingen die meer waarde aan de ui en de peen moeten geven. Als voorbeeld noemt Rutte de zoete ui Queeno's, die dit jaar door een Nederlandse teler op de markt is gezet. 'Zoete uien waarbij je niet hoeft te janken als ze je snijdt. Keurig verpakt in een folie, inclusief tekst en uitleg met receptjes. Het loopt als een trein.' De teler vangt daarbij meer dan een halve euro per kilo, liet Rutte zich ontglippen.
Pindakaas in tube
Theo Meijer, voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw, sloot zich bij de boodschap van Rutte aan. 'Uit de primaire sector komen heel weinig ideeën voor projecten of vernieuwingen. Boeren en tuinders laten het afweten.' Voorbeelden zijn er genoeg, weet Meijer. Hij noemt bijvoorbeeld pindakaas in een tube. 'Voor kinderen die hun naam op een boterham willen schrijven.'
Meijer wijst erop dat de ui de meest verkochte groente in Nederland is. 'Maar het assortiment moet veel breder. Laat het afhangen van de bestemming.' Zijn groenteboer verkoopt bijvoorbeeld bakjes met versnipperde uien voor 95 cent per 2,5 ons. 'Er valt nog zoveel te doen. Daarop moeten wij als sector inspelen.' Daarvoor is samenwerking volgens Meijer noodzakelijk. 'Een krachtenbundeling in innovatie, onderzoek, advies en demonstraties.'
Het stoort hem dat de Ui- en Peendag al de derde landelijke manifestatie voor uien was dit jaar. 'Het tekent de verdeeldheid in de sector.' Bovendien hoopt hij dat bij volgende evenementen ook afnemers en inkopers van supermarkten worden uitgenodigd. 'Deze mensen moeten wij toch fêteren met onze uien en peen.'