Telers bevorderen samen afzet spruiten

De landelijke Spruitenrelatiedag op 4 juni was een goede gelegenheid om het plan voor de oprichting van een afzetcollectief te presenteren. Volgens gewasmanager spruitkool, Ronnie de Hoon van LTO-Groeiservice, zijn de spruitkooltelers enthousiast. 'We kunnen door met het plan.'
Slechte markt en overproductie
Aanleiding voor het plan is de belabberde spruitenmarkt en de overproductie van de afgelopen jaren. Ondanks een daling van het aantal bedrijven met spruitkool – van 655 in 2000 naar 300 in 2008 en een afname van het areaal van 4.834 hectare in 2000 naar 3.243 hectare vorig jaar – schommelt de productie al jaren tussen de 60.000 en 80.000 ton. Dit is het gevolg van schaalvergroting en betere rassen. De consumptie neemt echter langzaam af.
Klompe: 'Alle telers kampen met hetzelfde probleem. Het is duidelijk dat er iets moet gebeuren. Voor sommigen is het misschien wel de laatste strohalm. Punt is dat telers vaak denken dat de handel niet mee wil en de handel weet niet dat de telers dat denken. De handel denkt dat de supermarkt niet mee wil, maar dat weet de supermarkt weer niet. Iedereen zit in zijn eigen kringetje. Dat willen we doorbreken. De hele keten is nu betrokken, dat is het verschil met eerdere pogingen tot samenwerken.'
Bijdrage telers
Eerdere plannen om de krachten van de spruitkooltelers te bundelen, strandden op een gebrek aan eenheid. De Hoon denkt dat de kans nu groter is dat de kikkers in de kruiwagen blijven. 'Als het over afzetbeperkingen en sancties gaat, is de kans groot dat deelnemers die proberen te ontwijken. Daarom pakken wij het anders aan.'
Een stok achter de deur is de bijdrage van 30 euro per hectare die van de telers wordt gevraagd. 'Zonder geld beginnen we niks.'
De Hoon gaat uit van 2.000 hectare binnen het collectief, goed voor 60.000 euro. Een bijdrage van 36.000 euro van het Productschap Tuinbouw en nog eens 50.000 euro subsidie brengen het totaal op 146.000 euro per jaar.
Onpartijdige coördinator
De aanstelling van een onpartijdige coördinator is de eerste stap. Die moet er op toezien dat afspraken die het collectief met de Nederlandse handelshuizen maakt, worden nageleefd. De Hoon: 'Het is niet de bedoeling dat de telers of de coördinator op de stoel van de handel gaan zitten. Juist daarom hebben de handelshuizen die we deze dagen afgaan met ons plan positief gereageerd.'
Gedeelde kennis
De coördinator brengt samen met partners uit de handel de markt in kaart. Het collectief deelt de zo opgedane kennis om zo goed mogelijk op de markt in te spelen. De volumestromen krijgen speciale aandacht, net als de prijsvorming. De telers moeten immers weten op welke markt ze terecht kunnen. Er is speciale aandacht voor Duitsland, het belangrijkste exportland als het om spruiten gaat.
De spruitentelers proberen ook de kwaliteit en het imago van de spruit op te krikken. Om mooiere spruiten in het schap van de supermarkt te krijgen, delen ze informatie over voorraden met de verschillende partijen in de keten. De houdbaarheid van spruitkool is afhankelijk van het ras en de tijd van het jaar. Met die wetenschap kan het collectief de handel steeds van de beste kwaliteit voorzien.
Spruiten op Hyves
Het collectief zet een eigen hyvespagina op (Spruiten vooruit!) met onder meer een wekelijkse prijsnotering. Transparante prijsvorming stimuleert de saamhorigheid, is de achterliggende gedachte. Door het grote aanbod zakt de spruitenprijs altijd in november. De Hoon, net als Klompe een van de opstellers van het plan, denkt dat het zoeken van nieuwe markten (met GMO-gelden) die dip voorkomt. Intussen stimuleert het collectief zowel de innovatie van de spruit als de markt. Samenwerking is het kernwoord. In de keten, maar ook tussen telers onderling. Klompe: 'Telersgroepen met andere gewassen kunnen zich aansluiten, zodat we een interessante partner voor de handel zijn en dus een sterke speler worden.'
Gilles Klompe: 'Bij de presentatie van ons plan was er aanvankelijk scepsis onder de telers, maar die hebben we snel weg kunnen nemen. Het is nu zaak voor resultaat te zorgen.'
Tekst: Hans van der Lee
Beeld: Peter Roek