Jan de Ruyter, Rabobank: Tuinders moeten zelfvertrouwen houden en uitstralen

Hoe is de stemming bij de tuinders?
'Er is heel wat aan de hand. De energiecrisis lijkt enigszins afgewend, maar we hebben natuurlijk nog volop te maken met de economische en de bankencrisis. Bedrijven, zelfstandige ondernemers, lijden er onder. Vakgroepvoorzitter Henk Doornbosch van LTO zegt terecht dat tuinders geen klagers zijn. Je ziet geen vollegrondsgroenteteler met zijn trekker in Den Haag of Brussel. Het kabinet spreekt nu over een overbruggingskrediet voor levensvatbare bedrijven in de glastuinbouw. Ik kan me goed voorstellen dat onderzocht wordt of de overige tuinders aan kunnen sluiten bij dit initiatief. Er zijn ook regelingen voor grote bedrijven in andere sectoren. Denk aan de deeltijd-WW.
Bloembollenbedrijven en vollegrondsgroentebedrijven hebben last van de crisis, maar ze lijden al veel langer onder een slechte markt. Nu is de vollegrondssector heel breed en gelukkig zitten er teelten bij die goed renderen. En er zijn altijd individuele ondernemers die het, ondanks het economisch wantij goed doen, maar een groot deel heeft liquiditeitsproblemen. Het aantal bedrijven neemt sneller af dan een paar jaar geleden. Om nog tot rendement te kunnen komen, heeft in verschillende teelten een forse schaalvergroting plaatsgevonden. Broccoli, ijsbergsla en prei worden nu bijna akkerbouwmatig geteeld.
Als een bedrijf een aantal slechte jaren achter de rug heeft, neemt de financiële buffer af. Dit raakt ook het vermogen van de ondernemers. Dan wordt het lastiger om geld bij de bank te lenen. Er is een overheidsgarantie voor investeringen die nog wel mogelijkheden bieden, echter alleen voor bedrijven die op korte termijn investeren. De overbruggingsregeling waarover nu wordt gesproken, is nog niet bekend.'
Grijpt de bank diep in bij bedrijven in moeilijkheden?
'We nemen het management niet over. Uiteraard hebben we, zoals alle banken, een afdeling bijzonder beheer. Die besteedt dan meer aandacht aan een bedrijf en begeleidt het intensiever. We stellen heel concrete vragen aan de ondernemer, ook vanuit onze zorgplicht. Hoe lang hij verwacht door te kunnen gaan, welke buffer er nog is en of er na het ondernemerschap nog voldoende geld over is om weer een bestaan op te kunnen bouwen.
Agrariërs hebben een sterke motivatie om het bedrijf voort te zetten. Er spelen veel sociale en emotionele redenen mee bij het besluit om door te gaan. Dat kan lastig zijn als je op tijd moet stoppen om te voorkomen dat je met louter schulden blijft zitten. Tijdens gesprekken met ondernemers merken we wel dat ze een moeilijk proces doormaken bij bedrijfbeëindiging. Een gestopte ondernemer maakte laatst de opmerking dat hijbedrijfbeëindiging het gevoel heefthebben dat hijze naakt door het dorp loopt,lopen, terwijl iedereen naar hemhen kijkt. Dat maakt de keuze om te stoppen alleen maar moeilijker.
Het kan juist een goede keuze zijn een bedrijf te staken, maar ondernemers vinden het moeilijk om afscheid te nemen van de sociale groep en de collega's. Vaak is er ook druk vanuit de familie, omdat het een familiebedrijf is. De gemiddelde ondernemer in het midden- en kleinbedrijf gaat daar anders mee om. Als het niet gaat, stoppen ze om iets anders te gaan doen. Staken is een ondernemerskeuze en die komt onherroepelijk een keer. Of het nu door een gebrek aan levensvatbaarheid van het bedrijf komt of door overdracht. In alle gevallen blijft het belangrijk om op tijd dit soort overwegingen aan te kaarten bij je bank, zodat je ondersteund wordt in de keuze.'
Stoppen er meer tuinders?
'Er stoppen meer tuinders dan een paar jaar geleden. Door de huidige marktomstandigheden staken meer ondernemers in de agrarische sector hun bedrijf. Dat is in de vollegrond niet anders. Dit is ook een demografisch effect. De oudere ondernemers zijn oververtegenwoordigd. Ik verwacht dat in de nabije toekomst oudere ondernemers eerder besluiten om te stoppen. Nu stopt zo'n vijf, zes procent per jaar; dat percentage zal de komende jaren stijgen.'
Staat de Rabobank nog open voor investeringskredieten?
'In onzekere tijden maken ondernemers minder plannen. Of de plannen gaan in de ijskast. Investeren is kijken in de toekomst en dat is heel lastig in deze tijd. Het maakt plannen moeilijker te verdedigen. We zien een afname van het aantal aanvragen. De bank stelt nu ook wat extra vragen. Er wordt nadrukkelijker gekeken naar de verwachtingen die de ondernemer van de prijs- en de marktontwikkelingen heeft, zowel nationaal als internationaal. De vollegrondsgroente is een markt die met heel veel concurrentie te maken heeft.
Als een ondernemer kan aantonen dat hij goede afspraken heeft met afnemers, als goed is gekeken naar risicomanagement zoals verzekeringen, energiemanagement en rentemanagement, dan kun je als ondernemer meer stabiliteit inbouwen. Daar kijken we nadrukkelijker naar. Als je bijvoorbeeld de rente van leningen vastzet in plaats van hem variabel te houden, levert je dat zekerheid op. Het weer kun je niet beïnvloeden, maar het is positief als je risicobeperkende maatregelen neemt voor de overige factoren.'
Wie begint er nog als tuinder?
'Wat de bank betreft zijn er best mogelijkheden in de markt. Ook al is het crisis, eten blijft nodig. Verse producten als groenten en fruit zijn belangrijk voor de mens. En de supermarkt niet te vergeten. Niet voor niets is bij veel supermarkten de groentenafdeling pal naast de entree. Gemaks- en gezondheidsproducten worden steeds populairder en daar passen vollegrondsgroenten zeker in.De innovaties van de afgelopen jaren staan nog in de kinderschoenen. Mooie voorbeelden zijn de stoommaaltijden en de éénpersoonskooltjes.
Het aanbod in de supermarkt neemt toe, het rendement ook, maar de teler ontvangt nu te weinig. Van nul af beginnen is heel moeilijk; aan de andere kant kan een nieuwkomer met een frisse kijk op de sector juist een kans zien. De traditionele bedrijfsvoering is waarschijnlijk geen optie. De situatie is vergelijkbaar met die van de platenzaken. Die zagen de concurrentie van internet toenemen en verschoven hun verkoop óók naar het internet. Of een nieuweling kan beginnen, hangt af van het plan waar hij of zij mee komt. En van het kapitaal. Als er kapitaal is, is er een remweg.
Ook aan starters stellen we extra vragen. Ten eerste over hem- of haarzelf. Waarom wil je? Waar ben je goed in? Hoe stuur je de zaken aan? We willen ook precies weten hoe een ondernemer de positie van het bedrijf in de markt ziet. Welke afzetmethoden hij voor ogen heeft. Sommige traditionele afzetmanieren werken nu niet meer optimaal. De prijsvorming is minder duidelijk, dat maakt het lastig positie te bepalen. Het vraagt extra verdieping.'
Wat kunnen tuinders doen om mogelijk onheil af te wenden?
'Zelfvertrouwen is noodzakelijk. Het is lastiger nu. Als de ondernemer al niet meer weet wat zijn sterke punten zijn of waar de kansen liggen, dan is het voor de bank nog veel moeilijker. Consumentenvertrouwen, vertrouwen in de overheid, zelfvertrouwen en vertrouwen in de bank: alles hangt aan elkaar. Als er geen vertrouwen is, kun je de consument niet overtuigen. We roepen ondernemers altijd op om de situatie voor de bank uiteen te zetten, zich vooral niet te verschuilen. Informeer de bank tijdig als er oplossingen nodig zijn.
Een liquiditeitsprognose is noodzakelijk om knelpunten inzichtelijk maken. Het tijdig inzetten van een Bbz-lening (Besluit bijstand zelfstandigen) kan voor ruimte zorgen.
Tuinders hebben in de regel al veel gedaan om de kosten in de hand te houden. De broekriem is aardig aangehaald. Gelukkig zie je dat er meteen wordt geïnvesteerd, als er weer een goed jaar is. Natuurlijk moet je wel eerst je knopen tellen, voor je investeert, maar dit kan een goede tijd zijn om te investeren. Grondstof- en bouwkosten liggen ook allemaal lager. De crisis biedt ook kansen.'
Tekst: Hans van der Lee
Beeld: Clemens Driessen