‘NNi-behandeling suikerbiet cruciaal’

Het studieteam, bestaande uit Steffen Noleppa (agripol) en Thomas Hahn (a-connect), onderzocht de sociaal-economische en ecologische bijdrage van deze technologie op de Europese economie. In Nederland worden neonicotinoïden vooral gebruikt om plagen in de suikerbietindustrie tegen te gaan. De studie wijst op het gevaar van een afname van de suikerbietproductie, als deze gewasbeschermingstechnologie zou verdwijnen.
Geavanceerd
Zaadbehandeling met neonicotinoïden (NNi) is een van de meest geavanceerde en doelgerichte vormen van gewasbescherming. Het chemische bestanddeel wordt toegepast als deklaag op het zaad voorafgaand aan het planten. Daardoor is het een efficiënte vorm van de bescherming van een gewas. Zaden die met NNi worden behandeld, zijn onder andere maïs, suikerbieten, koolzaad, tarwe, gerst en zonnebloem, aldus het onderzoek.
Focusgewassen
NNi zijn belangrijk voor alle focusgewassen en worden omarmd door Europese boeren vanwege hun gunstige waarde-, risico- en kostenprofiel. Voor suikerbieten en koolzaad is de marktpenetratie in belangrijke markten bijna 100 procent. De potentiële marktpenetratie voor tarwe en gerst is ongeveer 16 procent, staat in het rapport.
Suikerbietenindustrie
In een reactie op dit onderzoek zegt auteur Steffen Noleppa (agripol): ‘Dit rapport toont aan dat een verbod op zaadbehandeling met neonicotinoïden de duurzame voedselproductie in Europa ernstig zou schaden. Voor de eerste keer zijn we erin geslaagd de sociaal-economische en ecologische waarde van deze revolutionaire technologie te kwantificeren. In Nederland zou een grote impact worden gevoeld in de suikerbietenindustrie, die bij een hoge plaagdruk tot opbrengstverliezen van 10 tot 20 procent kunnen lijden.’